ECLI:NL:RBDHA:2025:9612
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot opheffing gijzeling wegens onvoldoende betalingsonmacht
Eiser is veroordeeld tot betaling van een schadevergoedingsmaatregel en bij gebreke van betaling tot gijzeling. Hij verzoekt de rechtbank om de gijzeling op te heffen wegens betalingsonmacht en stelt een nieuwe baan te hebben die hem in staat stelt te betalen.
De rechtbank beoordeelt dat eiser onvoldoende openheid van zaken heeft gegeven over zijn financiële situatie. Hij verstrekte onvoldoende informatie over zijn ondernemingen en financiële middelen, ondanks herhaalde verzoeken van het CJIB. Ook de stelling dat hij goudstaven bezit, zoals vastgesteld in een ontnemingsmaatregel, strookt niet met zijn betoog.
De verklaring van eiser over een nieuwe baan wordt ongeloofwaardig bevonden vanwege tegenstrijdige documenten en onduidelijkheden over de werkgever. De rechtbank concludeert dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij onmachtig is te betalen en dat voortzetting van de gijzeling niet onrechtmatig is.
De vordering wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten. De rechtbank benadrukt dat het aan de veroordeelde is om voldoende bewijs te leveren voor betalingsonmacht en dat het CJIB een ruime beleidsvrijheid heeft bij de tenuitvoerlegging.
Uitkomst: Het verzoek tot opheffing van de gijzeling wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van betalingsonmacht.