ECLI:NL:RBDHA:2025:961
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig beslissen machtiging voorlopig verblijf
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op hun aanvraag van 10 april 2024 voor een machtiging tot voorlopig verblijf als familie- of gezinslid in het kader van nareis. De rechtbank beoordeelt het beroep zonder zitting op grond van artikel 8:54 Awb Pro.
Eisers hadden reeds op 15 november 2024 twee beroepen ingediend tegen hetzelfde niet tijdig beslissen, waarvan de rechtbank eerder op één beroep heeft beslist. De rechtbank oordeelt dat eisers geen procesbelang hebben bij het tweede beroep omdat er al een beslissing is genomen over hetzelfde onderwerp en doel. Tevens zijn geen nieuwe feiten of relevante wetswijzigingen aangevoerd.
De rechtbank verklaart het beroep kennelijk niet-ontvankelijk en wijst het verzoek om griffierechtvrijstelling toe. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter A.G.D. Overmars en griffier B.A. Smit en gepubliceerd op 28 januari 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de aanvraag machtiging voorlopig verblijf is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.