ECLI:NL:RBDHA:2025:9592
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verbod op presentatie van asielzoeker bij Algerijnse autoriteiten tijdens lopend beroep tegen terugkeerbesluit
Verzoeker, een Algerijnse asielzoeker, heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag en het daarmee samenhangende terugkeerbesluit. De voorzieningenrechter stelt vast dat zolang het beroep niet is beslist, verzoeker procedureel rechtmatig verblijf heeft en geen vertrekplicht bestaat.
Verweerder wilde verzoeker presenteren bij de Algerijnse autoriteiten om een laissez-passer te verkrijgen ter voorbereiding van vertrek, maar de voorzieningenrechter oordeelt dat dit een verwijderingshandeling is die niet mag plaatsvinden zolang het terugkeerbesluit niet in rechte vaststaat. Ook acht de voorzieningenrechter de garanties van verweerder omtrent het niet delen van asielgerelateerde informatie onvoldoende om het risico op schending van het non-refoulementbeginsel uit te sluiten.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe en verbiedt de presentatie op 3 juni 2025. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van verzoeker. De rechtbank benadrukt dat het belang van voortvarende terugkeer niet zwaarder weegt dan het recht op een effectieve beroepsprocedure en bescherming tegen verwijdering zonder rechtsgeldige vertrekplicht.
Uitkomst: De voorzieningenrechter verbiedt de geplande presentatie van verzoeker bij de Algerijnse autoriteiten zolang het beroep tegen het terugkeerbesluit loopt.