Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie
Beslissing
- verklaart het beroep van eiseres 2 niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep van eiseres 1 ongegrond.
Rechtbank Den Haag
Eiseres 1 heeft namens zichzelf en haar pleegdochter, eiseres 2, een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. De minister wees deze aanvraag af omdat de identiteit van de gestelde biologische ouders van eiseres 2 en de familierechtelijke relatie niet aannemelijk waren gemaakt. Eiseressen maakten bezwaar en stelden beroep in tegen het besluit.
De rechtbank oordeelde dat eiseres 2, vanwege haar minderjarigheid en het ontbreken van een wettelijk vertegenwoordiger, niet als procespartij kan optreden en verklaarde haar beroep niet-ontvankelijk. De rechtbank volgde de minister in haar standpunt dat de identiteit van de biologische ouders niet met betrouwbare documenten was onderbouwd. De overgelegde overlijdensakte van de biologische moeder was vals bevonden en er waren inconsistenties in de verklaringen van eiseres 1.
Ook de pleegrelatie tussen eiseres 1 en eiseres 2 was onvoldoende aannemelijk gemaakt. Foto’s, video’s en een schoolregistratieformulier werden niet als voldoende bewijs geaccepteerd. De rechtbank concludeerde dat het beroep van eiseres 1 ongegrond was en wees het af. Er werd geen aanleiding gezien om de minister te veroordelen in proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: Het beroep van eiseres 2 is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep van eiseres 1 ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van identiteit en familierechtelijke relatie.