ECLI:NL:RBDHA:2025:9544
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten wegens vertraagde besluitvorming machtiging voorlopig verblijf
Verzoekster diende een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf. De minister besloot niet tijdig op deze aanvraag, waarna verzoekster beroep instelde. Op 3 april 2025 nam de minister alsnog een besluit, waarop verzoekster haar beroep introk en vergoeding van proceskosten vorderde.
De rechtbank oordeelde dat de minister aan het beroep tegemoet is gekomen door alsnog te beslissen. Gezien het lichte gewicht van de zaak en het inschakelen van een professionele juridische hulpverlener, werd een vaste vergoeding toegekend met een wegingsfactor van 0,5, resulterend in € 453,50. Daarnaast moet de minister het betaalde griffierecht vergoeden.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en bevestigt dat de minister verantwoordelijk is voor de proceskosten vanwege de vertraagde besluitvorming.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van € 453,50 aan proceskosten aan verzoekster wegens vertraagde besluitvorming.