ECLI:NL:RBDHA:2025:9543

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
28 mei 2025
Publicatiedatum
30 mei 2025
Zaaknummer
NL25.9533
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na uitspraak op beroep

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 20 februari 2025 waarbij de minister van Asiel en Migratie de asielaanvraag als kennelijk ongegrond heeft afgewezen. Verzoeker vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om de afwijzing tijdelijk te schorsen.

De voorzieningenrechter heeft zonder zitting geoordeeld dat nu de rechtbank op 23 mei 2025 uitspraak heeft gedaan op het beroep (zaaknummer NL25.9532), een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom is het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open op grond van artikel 8:83, derde lid, Awb.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat op het beroep inmiddels uitspraak is gedaan.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.9533

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker], verzoeker,

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. J.W.F. Noot),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Met het bestreden besluit van 20 februari 2025 heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker afgewezen als kennelijk ongegrond.
Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting. [1]

Beoordeling van de voorzieningenrechter

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.9532, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 23 mei 2025 door mr. J.F.I. Sinack, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. Y. Chakur, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.