ECLI:NL:RBDHA:2025:9488
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.L.M. Steinebach - de Wit
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling minister bij ingetrokken beroep wegens niet tijdig besluit
Verzoeker had beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de minister van Asiel en Migratie, maar trok dit beroep in nadat de minister alsnog een besluit nam. Verzoeker vroeg vervolgens om veroordeling van de minister in de proceskosten.
De rechtbank heeft beoordeeld of de minister geheel of gedeeltelijk aan verzoeker was tegemoetgekomen, wat een vereiste is voor een proceskostenveroordeling bij intrekking van het beroep. Op grond van artikel 42 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 en de Dublinverordening werd vastgesteld dat de beslistermijn van zes maanden begon te lopen op 7 november 2023 en eindigde op 7 mei 2024.
Verzoeker stelde de minister op 12 maart 2024 in gebreke, maar dit was prematuur omdat de beslistermijn nog niet was verstreken. Daarom zou het beroep niet-ontvankelijk zijn verklaard indien het niet was ingetrokken. Omdat geen ontvankelijk beroep bestond, was er geen sprake van tegemoetkoming door de minister in de zin van artikel 8:75a Awb.
De rechtbank concludeert dat het verzoek om proceskostenveroordeling moet worden afgewezen en wijst dit verzoek dan ook af. De uitspraak is gedaan door rechter Steinebach - de Wit en griffier Berendsen.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenveroordeling van de minister wordt afgewezen omdat het beroep niet ontvankelijk was.