6.3.Het oordeel van de rechtbank
Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek op de terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.
Ernst van het feit
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot doodslag. Hij heeft richting een vijftienjarige jongen met een mes gedreigd en gezwaaid en die jongen daarbij ernstig verwond. Die verwonding in de halsstreek had levensbedreigend kunnen zijn. Dat de jongen niet het leven heeft gelaten, ligt niet aan het handelen van verdachte maar is puur geluk geweest. Dit neemt niet weg dat uit de toelichting bij de schadevergoedingsvordering blijkt dat het slachtoffer een blijvend litteken heeft in zijn nek en nog altijd last heeft van gevoelens van angst. De rechtbank neemt het de verdachte kwalijk dat hij zich kennelijk onvoldoende bewust is geweest van de voorbeeldfunctie die hij als volwassene en als vader ten opzichte van de groep van minderjarige jongens had, ook al wilde hij slechts zijn zoon beschermen. Hij had anders moeten handelen, en dat had van hem ook mogen worden verwacht.
Het feit heeft verder plaatsgehad op de openbare weg voor de ingang van de Albert Heijn en de ruzie en haar gevolgen zijn door vele mensen gezien. Het heeft daarmee impact gehad op die groep mensen. Daarnaast tast een steekpartij op een plaats waar veel mensen dagelijks hun boodschappen komen doen, ook het gevoel van veiligheid van de samenleving in het algemeen aan.
De rechtbank weegt in het nadeel van de verdachte mee dat hij niet (meteen) eerlijk is geweest over wat er is gebeurd. Pas nadat hij tijdens de verhoren werd geconfronteerd met videobeelden waarop te zien was dat hij het mes van zijn zoon kreeg, gaf hij toe dat hij een mes in zijn hand had gehad en niet enkel een bos sleutels. Ook op de terechtzitting kwam de verdachte met een nieuwe – en ongeloofwaardige – verklaring die inhield dat het lemmet van het stanleymes gesloten was.
De rechtbank neemt echter ook in ogenschouw dat de situatie die voorafging aan de gedragingen van de verdachte voor verdachte en zijn zoon bedreigend moet zijn geweest. Het slachtoffer heeft de zoon van verdachte opgewacht met een groep van ongeveer tien jongens. Hij is met deze groep de verdachte en zijn zoon gevolgd naar de Albert Heijn. Het slachtoffer heeft de zoon van de verdachte een klap in het gezicht gegeven en er is zeer kwetsende taal uitgeslagen over de echtgenote van de verdachte. Er is geduwd en getrokken, ook aan verdachte. Dat hij en zijn zoon zich geïntimideerd moeten hebben gevoeld, is invoelbaar voor de rechtbank.
De rechtbank heeft gezien dat verdachte spijt heeft betuigd en dat hij de gevolgen van zijn handelen niet heeft gewild.
Strafblad
De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 15 april 2025. Hieruit blijkt dat de verdachte niet eerder voor enig strafbaar feit is veroordeeld.
Persoon van de verdachte
De rechtbank heeft kennisgenomen van een reclasseringsadvies over de verdachte van 25 september 2023 en de aanvulling daarop van 14 november 2023, waaruit volgt dat geen sprake is van problematiek en het recidiverisico laag wordt ingeschat. De verdachte heeft een baan en is enig kostwinner. De reclassering adviseert bij veroordeling van de verdachte hem vanwege persoonlijke omstandigheden geen gevangenisstraf op te leggen, maar een taakstraf.
Gelet op wat hiervoor is overwogen en de straffen die binnen de rechtspraak in soortgelijke gevallen plegen te worden opgelegd, is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden volstaan met een lichtere of andere sanctie dan een straf die deels onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming van na te melden duur met zich brengt. Het gaat hier immers om een strafbare poging tot een levensdelict.
De rechtbank acht, alles afwegende, een gevangenisstraf van 24 maanden passend en geboden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. De rechtbank acht een voorwaardelijke gevangenisstraf passend, enerzijds om de ernst van het gepleegde feit tot uitdrukking te brengen en anderzijds om de verdachte ervan te weerhouden zich in de toekomst opnieuw aan strafbare feiten schuldig te maken.
Daarmee wijkt de rechtbank af van hetgeen de officier van justitie heeft geëist. De rechtbank acht de op te leggen straf echter in lijn met de straffen die binnen de rechtspraak in soortgelijke gevallen plegen te worden opgelegd en heeft de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en de context waarin het strafbare feit is begaan, in het voordeel van de verdachte meegewogen.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering.
De voorlopige hechtenis
De rechtbank heeft de voorlopige hechtenis met ingang van 28 september 2023 voor onbepaalde tijd geschorst. De rechtbank zal deze schorsing, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, niet opheffen om de verdachte de kans te geven een eventueel hoger beroep in vrijheid af te wachten. De voorwaarden verbonden aan de schorsing van de voorlopige hechtenis gelden totdat dit vonnis onherroepelijk is.