ECLI:NL:RBDHA:2025:945
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening afgewezen
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen. De minister baseerde dit besluit op de Dublinverordening, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.
De rechtbank beoordeelt het beroep zonder zitting en verklaart het kennelijk ongegrond. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel jegens Duitsland niet geldt. Hij stelde dat Duitsland het non-refoulementbeginsel schendt door hem uit te zetten naar Pakistan, waar hij gevaar loopt wegens een blasfemieverdenking. De rechtbank oordeelt dat eiser deze stellingen niet concreet en onderbouwd heeft aangetoond.
De rechtbank overweegt verder dat de minister terecht geen toepassing gaf aan artikel 17 van Pro de Dublinverordening om de aanvraag onverplicht in behandeling te nemen. Het beroep wordt afgewezen en eiser mag worden overgedragen aan Duitsland. Proceskosten worden niet toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt kennelijk ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.