ECLI:NL:RBDHA:2025:9398
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen overdracht aan België van alleenstaande niet-kwetsbare asielzoeker
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen omdat België verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overweegt dat de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State nog een uitspraak moet doen over de vraag of alleenstaande niet-kwetsbare mannen aan België mogen worden overgedragen, mede gelet op de opvangvoorzieningen in België. Het belang van verzoeker om af te wachten totdat op het beroep is beslist, weegt zwaarder dan het belang van de minister om verzoeker al over te dragen.
Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen en mag verzoeker niet worden overgedragen aan de Belgische autoriteiten totdat het beroep is beslist. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van verzoeker.
Uitkomst: Verzoeker mag niet worden overgedragen aan België totdat op het beroep tegen het bestreden besluit is beslist.