ECLI:NL:RBDHA:2025:938
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek na einduitspraak in hoofdzaak
De wrakingskamer van de rechtbank Den Haag behandelde het wrakingsverzoek van verzoekster gericht tegen mr. J. Visser, rechter in de hoofdzaak met zaaknummer C/09/675378 / JE RK 24-2018. De hoofdzaak was op 18 december 2024 behandeld en de rechter had direct mondeling uitspraak gedaan, welke op 24 december 2024 schriftelijk werd bevestigd.
Verzoekster diende op 25 december 2024 het wrakingsverzoek in. De wrakingskamer overwoog dat wraking slechts mogelijk is indien er gegronde vrees bestaat voor rechterlijke partijdigheid, en dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn. Cruciaal was dat de wet geen mogelijkheid biedt tot wraking nadat in de hoofdzaak al een einduitspraak is gedaan.
Daarom verklaarde de wrakingskamer het verzoek niet-ontvankelijk en zag af van een mondelinge behandeling. De beslissing werd op 14 januari 2025 in het openbaar uitgesproken door drie rechters, en er is geen rechtsmiddel tegen mogelijk.
Uitkomst: Wrakingsverzoek wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de einduitspraak in de hoofdzaak reeds is gedaan.