ECLI:NL:RBDHA:2025:938

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
14 januari 2025
Publicatiedatum
28 januari 2025
Zaaknummer
C/09/677933/KG RK 24-1816
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 39 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek na einduitspraak in hoofdzaak

De wrakingskamer van de rechtbank Den Haag behandelde het wrakingsverzoek van verzoekster gericht tegen mr. J. Visser, rechter in de hoofdzaak met zaaknummer C/09/675378 / JE RK 24-2018. De hoofdzaak was op 18 december 2024 behandeld en de rechter had direct mondeling uitspraak gedaan, welke op 24 december 2024 schriftelijk werd bevestigd.

Verzoekster diende op 25 december 2024 het wrakingsverzoek in. De wrakingskamer overwoog dat wraking slechts mogelijk is indien er gegronde vrees bestaat voor rechterlijke partijdigheid, en dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn. Cruciaal was dat de wet geen mogelijkheid biedt tot wraking nadat in de hoofdzaak al een einduitspraak is gedaan.

Daarom verklaarde de wrakingskamer het verzoek niet-ontvankelijk en zag af van een mondelinge behandeling. De beslissing werd op 14 januari 2025 in het openbaar uitgesproken door drie rechters, en er is geen rechtsmiddel tegen mogelijk.

Uitkomst: Wrakingsverzoek wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de einduitspraak in de hoofdzaak reeds is gedaan.

Uitspraak

Rechtbank den haag

Wrakingskamer
wrakingnummer 2024/96
zaak- /rekestnummer: C/09/677933 / KG RK 24-1816
Beslissing van 14 januari 2025
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoekster] ,
hierna te noemen: verzoekster,
strekkende tot de wraking van
mr. J. Visser,
rechter in deze rechtbank,
hierna te noemen: de rechter.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het schriftelijke wrakingsverzoek van 25 december 2024;
- de op 24 december 2024 op schrift gestelde beslissing van de rechter van 18 december 2024.

2.Het wrakingsverzoek

2.1.
Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de zaak met nummer C/09/675378 / JE RK 24-2018 (hierna: de hoofdzaak). In de hoofdzaak heeft de rechter verzoekster als belanghebbende aangemerkt. De hoofdzaak is behandeld op een zitting van de rechter op 18 december 2024. Na de behandeling van de zaak heeft de rechter direct mondeling uitspraak gedaan. Deze mondelinge uitspraak is op 24 december 2024 op schrift gesteld. Na de uitspraak heeft verzoekster op 25 december 2024 de rechter gewraakt.

3.De beoordeling

3.1.
Een rechter kan alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij of zij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid.
3.2.
Het verzoek is gedaan nadat de rechter in de hoofdzaak einduitspraak heeft gedaan. De wet voorziet echter niet in de mogelijkheid van wraking nadat einduitspraak is gedaan in de zaak van verzoekster. Om die reden kan verzoekster niet in het wrakingsverzoek worden ontvangen. Voor een behandeling van het verzoek ter terechtzitting bestaat geen reden. Het in de wet opgenomen recht op een mondelinge behandeling is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek, maar aan dat debat wordt gezien het vorenstaande niet toegekomen.

4.De beslissing

De wrakingskamer:
4.1.
verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in het wrakingsverzoek;
4.2.
beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 39, derde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering wordt toegezonden aan:
• de verzoekster;
• de wederpartij en de overige belanghebbenden in de hoofdzaak;
• de rechter.
Deze beslissing is gegeven door mrs. S.M. Krans, A.M.A. Keulen en A.M. Boogers, in tegenwoordigheid van de griffier mr. M.L. van Nooijen-Kühler en in het openbaar uitgesproken op 14 januari 2025.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.