ECLI:NL:RBDHA:2025:9341
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid bevestigd
Eiseres, werkzaam als tuinbouwmedewerkster, kreeg een Ziektewetuitkering vanwege voetklachten. Deze uitkering werd per 3 juni 2023 beëindigd na een medische en arbeidskundige beoordeling die stelde dat zij geschikt was voor ander passend werk en meer dan 65% van het maatmanloon kon verdienen.
Eiseres voerde in beroep aan dat zij meerdere lichamelijke en psychische klachten had, waaronder voet-, arm- en nekklachten en psychische problemen, en dat verweerder onvoldoende rekening hield met deze beperkingen en het vooruitzicht van een operatie. De rechtbank oordeelde dat de verzekeringsartsen en arbeidsdeskundige hun rapporten zorgvuldig en duidelijk hadden opgesteld en dat de medische gegevens geen ernstige pathologie of onjuistheden bevatten.
De arbeidsdeskundige stelde dat eiseres ongeschikt was voor haar eigen werk maar wel geschikt voor andere functies, wat door de rechtbank werd bevestigd. Het beroep op het evenredigheidsbeginsel faalde omdat de wet dwingendrechtelijk is en geen ruimte laat voor belangenafweging. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de beëindiging van de ZW-uitkering per 3 juni 2023.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de beëindiging van haar Ziektewetuitkering per 3 juni 2023 wordt ongegrond verklaard.