ECLI:NL:RBDHA:2025:9317
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening en bezwaar tegen afwijzing reguliere verblijfsvergunning
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie waarin is bepaald dat zij niet in aanmerking komt voor een reguliere verblijfsvergunning. Tevens heeft zij verzocht om een voorlopige voorziening om de terugkeer naar Turkije op te schorten.
De voorzieningenrechter beoordeelt het verzoek zonder zitting en gaat, vanwege uitzonderlijke omstandigheden en mogelijke misbruik van recht in een cluster van vergelijkbare zaken, voorbij aan de indieningsvereisten. Verzoekster heeft niet duidelijk gemaakt welke voorlopige voorziening zij vraagt, maar het verzoek wordt geïnterpreteerd als een opschorting van de terugkeer.
Verzoekster beroept zich zonder onderbouwing op het associatierecht tussen de EU en Turkije en toont bereidheid om de aanvraag aan te vullen, maar maakt hier geen gebruik van. De voorzieningenrechter acht het bezwaar en het verzoek om voorlopige voorziening kennelijk ongegrond en verklaart het bezwaar ongegrond met toepassing van artikel 78 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en het bezwaar tegen het primaire besluit wordt ongegrond verklaard.