ECLI:NL:RBDHA:2025:9310
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen intrekking verblijfsvergunning
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om haar verblijfsvergunning in te trekken. De minister handhaafde dit besluit bij bezwaar. Verzoekster vroeg vervolgens de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om de intrekking te schorsen.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 3 april 2025 samen met de hoofdzaak (zaaknummer 24.24386). Op dezelfde dag is in de hoofdzaak uitspraak gedaan, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening daarom afgewezen. Tevens is geen proceskostenveroordeling opgelegd en bestaat geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht. De uitspraak is gedaan door mr. C.M. Dijksterhuis en is definitief, hoger beroep of verzet is niet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de verblijfsvergunning is afgewezen.