ECLI:NL:RBDHA:2025:9225
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaak wegens Dublinverantwoordelijkheid Frankrijk
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, maar de minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen op grond van de Dublinverordening, waarbij Frankrijk als verantwoordelijke staat wordt aangewezen.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening zonder zitting behandeld en wijst dit af, omdat de rechtbank in een parallelle zaak het beroep kennelijk ongegrond heeft verklaard.
De uitspraak bevestigt dat de minister terecht heeft gehandeld volgens de Dublinverordening en dat er geen noodzaak is voor een voorlopige voorziening. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de asielprocedure.