ECLI:NL:RBDHA:2025:9207
Rechtbank Den Haag
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen voortzetting vreemdelingenbewaring en verzoek schadevergoeding afgewezen
Eiser, een Tunesische nationaliteit, werd op 14 maart 2025 in vreemdelingenbewaring gesteld. Hij stelde beroep in tegen de voortzetting van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De minister heeft een voortgangsrapportage ingediend en de maatregel van bewaring opgeheven op 16 mei 2025.
De rechtbank heeft het beroep op 23 mei 2025 behandeld, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet verschenen. De rechtbank toetste alleen de rechtmatigheid van de voortzetting van de maatregel tussen 28 maart 2025 en 16 mei 2025. Er waren geen aanwijzingen dat het zicht op uitzetting naar Tunesië ontbrak, temeer omdat eiser daadwerkelijk op 16 mei 2025 is uitgezet.
De minister handelde voortvarend, zoals blijkt uit schriftelijke rappelleringen bij Tunesische autoriteiten, een vertrekgesprek met eiser en extra aandacht van de ambassade. De rechtbank vond geen reden om te oordelen dat een lichter middel volstond of dat de voortzetting onrechtmatig was. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van vreemdelingenbewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.