ECLI:NL:RBDHA:2025:9192
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in Dublin-procedure asielaanvraag
De zaak betreft een verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling te nemen, omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublin-verordening.
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen dit besluit en tegelijkertijd een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 8 april 2025 behandeld, waarbij verzoeker niet aanwezig was en de minister werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
De voorzieningenrechter overweegt dat nu de hoofdzaak (zaaknummer NL25.12310) is behandeld en daar uitspraak op is gedaan, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom wordt het verzoek afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan op 15 april 2025 en is in het openbaar uitgesproken. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.