Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker] , verzoeker
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft een aanvraag voor een verblijfsdocument EU/EER ingediend die door de minister van Asiel en Migratie is afgewezen bij besluit van 12 mei 2023. Verzoeker maakte bezwaar en diende een verzoek tot voorlopige voorziening in, maar het bezwaar werd op 13 december 2023 kennelijk ongegrond verklaard. Verzoeker startte vervolgens een beroepsprocedure, die hij op 1 maart 2024 introk. Op 28 november 2024 trok verzoeker ook het verzoek om voorlopige voorziening in en vroeg om een proceskostenveroordeling van de minister.
De voorzieningenrechter overweegt dat op grond van de Algemene wet bestuursrecht (artikelen 8:75, 8:75a en 8:84) een proceskostenveroordeling mogelijk is indien het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk tegemoet is gekomen aan de indiener van het beroep. In deze zaak is niet gebleken dat de minister enige tegemoetkoming heeft verleend. Verzoeker heeft zijn verzoek bovendien niet onderbouwd en het bezwaar is kennelijk ongegrond verklaard.
Daarom wordt het verzoek om proceskostenveroordeling afgewezen als kennelijk ongegrond. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 23 januari 2025 door voorzieningenrechter J.F.I. Sinack.
Uitkomst: Het verzoek om de minister te veroordelen in de proceskosten wordt afgewezen als kennelijk ongegrond.