ECLI:NL:RBDHA:2025:9117
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening en bezwaar tegen weigering reguliere verblijfsvergunning
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 11 december 2024 waarin is bepaald dat hij niet in aanmerking komt voor een reguliere verblijfsvergunning. Tevens verzocht hij om een voorlopige voorziening om de terugkeer naar Turkije op te schorten.
De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek zonder zitting en ging, gezien uitzonderlijke omstandigheden en mogelijke misbruik van recht, voorbij aan de indieningsvereisten. Verzoeker maakte geen expliciete toelichting bij zijn verzoek en gaf onvoldoende onderbouwing voor zijn beroep op het associatierecht tussen de EU en Turkije.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het bezwaar geen kans van slagen heeft en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Het bezwaar werd met toepassing van artikel 78 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en het bezwaar tegen het primaire besluit wordt ongegrond verklaard.