ECLI:NL:RBDHA:2025:9109
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening en bezwaar tegen weigering verblijfsvergunning regulier
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 24 november 2024 waarin werd bepaald dat hij niet in aanmerking komt voor een reguliere verblijfsvergunning. Tevens heeft hij een voorlopige voorziening verzocht om de terugkeer naar Turkije op te schorten.
De voorzieningenrechter beoordeelt het verzoek zonder zitting en gaat, vanwege uitzonderlijke omstandigheden waaronder vermoedelijk misbruik van recht en communicatieproblemen binnen een cluster van soortgelijke zaken, voorbij aan de indieningsvereisten. Verzoeker heeft niet duidelijk gemaakt welke voorlopige voorziening wordt gevraagd, maar het verzoek wordt geïnterpreteerd als een opschorting van de terugkeerplicht.
Verzoeker beroept zich op het associatierecht tussen de EU en Turkije, maar levert geen onderbouwing en maakt geen gebruik van de gelegenheid tot aanvulling. De voorzieningenrechter acht het bezwaar kansloos en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Het bezwaar wordt met toepassing van artikel 78 Vreemdelingenwet Pro 2000 ongegrond verklaard. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en het bezwaar tegen het primaire besluit wordt ongegrond verklaard.