Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beoordeling door de rechtbank
Jawo-arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie (het Hof van Justitie) van 19 maart 2019, ECLI:EU:C:2019:218). Eiser heeft dit vermoeden niet weerlegd met de verwijzing naar het AIDA-rapport. De rechtbank stelt in dat kader voorop dat de Afdeling met de hiervoor genoemde uitspraak van 13 januari 2025 een uitspraak van de rechtbank bevestigd waarin het AIDA-rapport is meegenomen. Er zijn door de Afdeling geen latere uitspraken gedaan waarin anders is geoordeeld. Daarnaast volgt naar het oordeel van de rechtbank uit het AIDA-rapport onvoldoende om aan te nemen dat er in Zwitserland sprake is van structurele tekortkomingen in de asielprocedure en dat eiser buiten zijn wil en keuzes terecht kan komen in een situatie van zeer verregaande materiële deprivatie (zoals bedoeld in het
Jawo-arrest van het Hof van Justitie van 19 maart 2019, ECLI:EU:C:2019:218). Eiser heeft in dat verband ook niet toegelicht dat de door hem gestelde problemen van toepassing zijn op Dublinclaimanten. Verweerder mag dus uitgaan van het vermoeden dat de Zwitserse autoriteiten hun internationale verplichtingen nakomen.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 907,-.