ECLI:NL:RBDHA:2025:9079
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in zaak Dublin-verwijzing Duitsland
De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling volgens het Dublin-verdrag.
Verzoeker had beroep ingesteld tegen dit besluit en tegelijkertijd een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 29 april 2025.
Op 23 mei 2025 heeft de rechtbank uitspraak gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL25.12028). Gezien deze uitspraak acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet meer noodzakelijk en wijst het verzoek af.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is in het openbaar gedaan en er staat geen hoger beroep of verzet open tegen deze beslissing.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.