Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen het voortduren van een maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser, een Algerijnse nationaliteit dragende vreemdeling, stelde dat verweerder onvoldoende had aangetoond dat hij niet meewerkte aan zijn terugkeer en dat een lichter middel toegepast had moeten worden.
De rechtbank oordeelde dat de maatregel tot 6 november 2024 reeds rechtmatig was bevonden en dat alleen de periode daarna relevant was voor beoordeling. Uit het dossier bleek dat de Algerijnse autoriteiten op 19 december 2024 een laissez-passer hadden toegezegd, een vlucht was aangevraagd en de laissez-passer op 17 januari 2025 was ontvangen. De uitzetting stond gepland op 23 januari 2025, wat voldoende voortvarendheid weerspiegelde.
De rechtbank verwierp het betoog dat een lichter middel passend was, omdat er sprake bleef van een risico op onttrekking en eiser had verklaard niet te willen terugkeren. Ambtshalve toetsing leidde niet tot een ander oordeel. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.