Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsbeslissing
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaardeHet bewezen verklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De oplegging van een straf en maatregel
de aard van het feit. De rechtbank is van oordeel dat de bewezenverklaarde bedreiging onder de omstandigheden waaronder die heeft plaatsgevonden niet kan worden aangemerkt als een geweldsmisdrijf. De verdachte heeft een verbale bedreiging geuit, die niet is voorafgegaan door, vergezeld met of gevolgd door niet-verbaal gedrag dat naar zijn aard agressief is jegens de bedreigde. De rechtbank heeft bij deze beoordeling dus niet meegenomen dat de verdachte eerder voor geweldsmisdrijven ten opzichte van behandeld personeel is veroordeeld en dat in het kader van aan hem verleende zorg incidenten hebben plaatsgevonden, zoals de officier van justitie heeft voorgesteld te doen. Naar het oordeel van de rechtbank staan deze omstandigheden in een te ver verwijderd verband van de bewezenverklaarde bedreiging.
7.De toepasselijke wetsartikelen
8.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
2 (TWEE) MAANDEN;
terbeschikkingstellingvan de verdachte;
van overheidswege zal worden verpleegd;
de maatregel tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking als bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht.