ECLI:NL:RBDHA:2025:8958
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake verlenging overdrachtstermijn Dublinprocedure
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om de overdrachtstermijn in het kader van de Dublinprocedure te verlengen tot 18 maanden. Tegelijkertijd verzocht zij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om de verlenging te schorsen.
De rechtbank heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met een gerelateerde zaak op 4 maart 2025 behandeld. Gezien de uitspraak in de hoofdzaak (zaaknummer NL25.7705) achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter B. Fijnheer en griffier K.F.K. Hoogbruin en is uitgesproken in het openbaar op 19 maart 2025. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de verlenging van de overdrachtstermijn in de Dublinprocedure is afgewezen.