ECLI:NL:RBDHA:2025:8795
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening en bezwaar tegen weigering verblijfsvergunning regulier
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 30 december 2024 waarin is bepaald dat hij niet in aanmerking komt voor een reguliere verblijfsvergunning. Tevens heeft hij een voorlopige voorziening verzocht om de terugkeer naar Turkije op te schorten.
De voorzieningenrechter beoordeelt het verzoek zonder zitting en gaat, vanwege uitzonderlijke omstandigheden en mogelijke misbruik van recht, voorbij aan de indieningsvereisten. Verzoeker heeft niet duidelijk gemaakt welke voorlopige voorziening wordt gevraagd; daarom wordt aangenomen dat het verzoek ziet op opschorting van de terugkeer.
Verzoeker beroept zich zonder onderbouwing op het associatierecht tussen de EU en Turkije en toont bereidheid de aanvraag aan te vullen, maar dit leidt niet tot een gegrond bezwaar. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af en verklaart het bezwaar ongegrond. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en het bezwaar tegen het primaire besluit wordt ongegrond verklaard.