ECLI:NL:RBDHA:2025:8775
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening en bezwaar tegen weigering verblijfsvergunning regulier
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de verzoeker bezwaar gemaakt tegen een besluit van de minister van Asiel en Migratie waarin is bepaald dat hij niet in aanmerking komt voor een reguliere verblijfsvergunning. Tevens heeft hij een voorlopige voorziening verzocht om de terugkeer naar Turkije op te schorten.
De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek zonder zitting en ging, vanwege uitzonderlijke omstandigheden en vermoedens van misbruik van recht, voorbij aan de indieningsvereisten. Verzoeker maakte geen expliciete voorlopige voorziening kenbaar, zodat werd aangenomen dat het verzoek betrekking had op opschorting van de terugkeer.
De rechtbank oordeelde dat het bezwaar kennelijk ongegrond is, omdat verzoeker geen onderbouwing gaf voor zijn beroep op het associatierecht en geen aanvullende gronden aanleverde ondanks de gelegenheid daartoe. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen en het bezwaar ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en het bezwaar tegen het primaire besluit wordt ongegrond verklaard.