ECLI:NL:RBDHA:2025:8770
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening en bezwaar tegen weigering reguliere verblijfsvergunning
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de verzoeker bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit van de minister van Asiel en Migratie waarin is bepaald dat hij niet in aanmerking komt voor een reguliere verblijfsvergunning. Tevens heeft verzoeker een voorlopige voorziening verzocht om de gevolgen van het besluit op te schorten.
De voorzieningenrechter beoordeelt het verzoek zonder zitting en gaat, vanwege uitzonderlijke omstandigheden en mogelijke misbruik van recht, voorbij aan de indieningsvereisten. Verzoeker heeft niet duidelijk gemaakt welke voorlopige voorziening wordt gevraagd, maar het verzoek wordt geïnterpreteerd als opschorting van de terugkeerplicht naar Turkije.
De inhoudelijke beoordeling leidt tot afwijzing van het verzoek omdat verzoeker onvoldoende onderbouwing geeft, met name met betrekking tot het associatierecht tussen de EU en Turkije. Verzoeker heeft de gelegenheid gekregen om zijn gronden aan te vullen, maar heeft daarvan geen gebruik gemaakt. Het bezwaar wordt daarom ook ongegrond verklaard.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en het bezwaar tegen het primaire besluit wordt ongegrond verklaard.