De zaak betreft de verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarige kinderen, geboren in 2016, bij hun moeder. De gecertificeerde instelling verzoekt deze verlenging vanwege ernstige zorgen over de emotionele en gedragsmatige problematiek van de kinderen en de noodzaak tot nader onderzoek en behandeling.
De ouders hebben gezamenlijk het ouderlijk gezag, maar de kinderen verblijven bij de moeder en grootmoeder moederszijde. Er is sprake van een complexe situatie, mede door een ernstig incident in januari 2024 waarbij de vader een jeugdbeschermer heeft aangevallen, waardoor de samenwerking met hulpverleners tijdelijk stilviel. Sinds eind 2024 is het contact met de gecertificeerde instelling verbeterd, en de ouders hebben zelf een omgangsregeling georganiseerd ondanks een contactverbod.
De moeder stemt in met de verlenging en benadrukt het belang van diagnostisch onderzoek en veilige omgangsmomenten met de vader, waarbij de gecertificeerde instelling regie houdt. De kinderrechter oordeelt dat aan de wettelijke criteria is voldaan en dat verlenging noodzakelijk is vanwege de complexe problematiek, de noodzaak tot verdere diagnostiek en behandeling, en de aanstaande verhuizing van de moeder met de kinderen. De machtiging tot uithuisplaatsing wordt verlengd om de veiligheid en stabiliteit van de kinderen te waarborgen.
De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de termijn van verlenging is vastgesteld tot 30 april 2026.