ECLI:NL:RBDHA:2025:8674
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening en bezwaar tegen weigering verblijfsvergunning regulier
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 18 december 2024 waarin de minister van Asiel en Migratie heeft bepaald dat verzoeker niet in aanmerking komt voor een reguliere verblijfsvergunning. Tevens heeft verzoeker een voorlopige voorziening gevraagd om de terugkeer naar Turkije op te schorten.
De voorzieningenrechter beoordeelt het verzoek zonder zitting en gaat, gezien uitzonderlijke omstandigheden en misbruik van recht binnen een cluster van soortgelijke zaken, voorbij aan indieningsvereisten. Verzoeker heeft niet duidelijk gemaakt welke voorlopige voorziening wordt gevraagd, maar dit wordt geïnterpreteerd als opschorting van de terugkeer.
Verzoeker beroept zich zonder onderbouwing op het associatierecht tussen de EU en Turkije en toont bereidheid de aanvraag aan te vullen, maar maakt hier geen gebruik van. De voorzieningenrechter acht het bezwaar en het verzoek om voorlopige voorziening kennelijk ongegrond en wijst deze af. Het bezwaar wordt met toepassing van artikel 78 Vreemdelingenwet Pro 2000 ongegrond verklaard. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en het bezwaar tegen het primaire besluit wordt ongegrond verklaard.