ECLI:NL:RBDHA:2025:8652
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen afwijzing verblijfsdocument EU/EER
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsdocument EU/EER, welke door de minister op 7 oktober 2021 is afgewezen. Na een bezwaarprocedure en een eerdere ongegrondverklaring van het beroep door de rechtbank op 21 april 2022, heeft de minister de beslissing op bezwaar ingetrokken, maar vervolgens op 24 januari 2025 opnieuw de aanvraag afgewezen. Verzoekster stelde beroep in en vroeg om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening op 9 mei 2025, gelijktijdig met de behandeling van het beroep. Gezien de uitspraak op het beroep op dezelfde dag (zaaknummer NL25.8755) achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer nodig.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter R. Tesfai en is openbaar gemaakt op 16 mei 2025. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsdocument EU/EER is afgewezen.