Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit van 17 april 2025 waarbij de minister van Asiel en Migratie de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling heeft genomen. Dit op grond van de verantwoordelijkheid van Spanje voor de behandeling van de aanvraag.
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen dit besluit en tegelijkertijd een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek zonder zitting behandeld op basis van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
De voorzieningenrechter verwijst naar een gelijktijdige uitspraak in een vergelijkbare zaak (nummer NL25.18397) waarin het beroep ongegrond is verklaard. Gezien deze uitspraak wordt het verzoek om voorlopige voorziening eveneens afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. De uitspraak is gedaan op 15 mei 2025 door voorzieningenrechter J.F.I. Sinack en griffier S.A. Sewratan.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag.