Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Russische nationaliteit dragende vreemdeling die sinds 2007 in Nederland verblijft, heeft meerdere keren asiel aangevraagd zonder succes. Tegen hem is op grond van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag een tegenwerping gedaan, wat in rechte vaststaat. Tevens is vastgesteld dat uitzetting naar Rusland niet mogelijk is wegens een risico op schending van artikel 3 EVRM Pro.
Eiser vroeg op 1 augustus 2022 een verblijfsvergunning aan voor tijdelijk humanitair verblijfsdoel, welke is geweigerd bij besluiten van 12 januari 2023 en 15 juni 2023. Het bezwaar werd ongegrond verklaard, ingetrokken en opnieuw ongegrond verklaard bij het bestreden besluit van 30 mei 2024. Verweerder heeft het terugkeerbesluit ingetrokken en eiser gesignaleerd in E&Sen het SIS.
Verweerder oordeelt dat eiser een gevaar voor de openbare orde vormt vanwege de 1F-tegenwerping en dat het onthouden van een verblijfsvergunning niet disproportioneel is, ondanks het duurzaam uitzettingsbeletsel op grond van artikel 3 EVRM Pro. Eiser voerde aan dat hij al lang in Nederland verblijft, een Nederlands gezin heeft en geen strafblad, maar verweerder stelde dat deze omstandigheden niet uitzonderlijk genoeg zijn om disproportionaliteit aan te nemen.
De rechtbank bevestigt dat verweerder bevoegd is om ambtshalve een duurzaamheids- en proportionaliteitstoets uit te voeren bij een reguliere verblijfsaanvraag. De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat het weigeren van de vergunning niet disproportioneel is, mede vanwege het gewicht van de 1F-tegenwerping. Het beroep wordt ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling wordt niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de weigering van een verblijfsvergunning voor tijdelijk humanitair verblijfsdoel wordt ongegrond verklaard.