ECLI:NL:RBDHA:2025:8570
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen plaatsingsbesluit COa in HTL na incident met schilmesje ongegrond verklaard
Eiser, een asielzoeker van Syrische nationaliteit, stelde beroep in tegen het besluit van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) om hem te plaatsen in een Handhaving- en Toezichtlocatie (HTL) na een incident op het AZC te Goes.
Het incident betrof een conflict waarbij eiser een medebewoner met een mok bekogelde en vervolgens terugkeerde zwaaiend met een aardappelschilmesje, waarbij hij een COa medewerkster aan haar duim verwondde. De rechtbank baseerde zich op de verslaglegging van het COa en oordeelde dat het incident terecht als een incident met zeer grote impact is aangemerkt.
Hoewel eiser aanvoerde dat het mesje niet als wapen kan worden aangemerkt en dat hij niet bewust geweld heeft gebruikt, vond de rechtbank deze stellingen onvoldoende onderbouwd. Het feit dat eiser bewust het mesje haalde en zwaaiend terugkeerde, en dat hij niet werd tegengehouden door medebewoners en de medewerkster, leidde tot het oordeel dat het plaatsingsbesluit terecht en voldoende gemotiveerd was.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek tot schadevergoeding af, aangezien geen beroep was ingesteld tegen de vrijheidsbeperkende maatregel zelf. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het plaatsingsbesluit van het COa is ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.