ECLI:NL:RBDHA:2025:8434
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen afwijzing asielaanvragen als kennelijk ongegrond
Verzoekers hebben afzonderlijk beroep ingesteld tegen het besluit van 9 december 2024 waarbij hun asielaanvragen in de algemene procedure als kennelijk ongegrond zijn afgewezen. Zij vroegen de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om het bestreden besluit te schorsen.
De voorzieningenrechter heeft zonder zitting uitspraak gedaan en daarbij overwogen dat op dezelfde dag door de rechtbank uitspraak is gedaan op de beroepen in de hoofdzaak. Hierdoor is een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk.
De verzoeken om voorlopige voorziening worden daarom afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De verzoeken om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van asielaanvragen worden afgewezen omdat de rechtbank inmiddels op de beroepen heeft beslist.