ECLI:NL:RBDHA:2025:8401
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening urgentieverklaring woningzoekende
Verzoekster, een alleenstaande moeder met drie kinderen die vanuit Curaçao naar Nederland is verhuisd vanwege de speciale zorgbehoefte van haar jongste zoon, woont sinds september 2024 in een hotel dat door het Daklozenloket wordt gefaciliteerd. Zij heeft een urgentieverklaring aangevraagd omdat haar woonsituatie onhoudbaar is en zij in verwachting is van haar vierde kind. Het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer heeft deze urgentieverklaring afgewezen op grond van meerdere weigeringsgronden, waaronder het ontbreken van een urgent huisvestingsprobleem en het feit dat de problemen voorzien en te voorkomen waren.
Verzoekster betoogt dat de hotelkamer geen onzelfstandige woonruimte is en dat zij noodonderdak heeft zonder primaire voorzieningen, wat haar situatie ernstig maakt. Tevens wijst zij op de medische klachten en de zorgbehoefte van haar kinderen. De voorzieningenrechter overweegt dat het verlenen van een urgentieverklaring geen voorlopige maatregel is en dat een dergelijke voorziening alleen kan worden getroffen als buiten twijfel staat dat de urgentieverklaring moet worden verleend.
De voorzieningenrechter concludeert dat de weigeringsgronden terecht zijn toegepast, dat de situatie van verzoekster niet schrijnender is dan die van andere woningzoekenden en dat de belangen van de minderjarige kinderen weliswaar onvoldoende zijn meegewogen, maar dit niet leidt tot toewijzing van de voorlopige voorziening. Het verzoek wordt daarom afgewezen en het bezwaar van verzoekster wordt vooralsnog niet kansrijk geacht.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de urgentieverklaring wordt afgewezen.