ECLI:NL:RBDHA:2025:8399
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen verlenging gebiedsverbod in Delft
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen de verlenging van een gebiedsverbod voor de wijken Buitenhof en Tanthof in Delft, opgelegd door de burgemeester van Delft. De verlenging betrof een periode van drie maanden, ingaande 1 februari 2025. Verzoekster stelde dat het gebiedsverbod onevenredig belastend is en praktisch niet uitvoerbaar, omdat zij zich toch binnen het verboden gebied begaf en zelfs werd aangehouden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de uitvoerbaarheid van het gebiedsverbod niet relevant is voor het spoedeisend belang. Tevens was onvoldoende onderbouwd dat verzoekster een vaste verblijfplaats binnen het gebied heeft, aangezien zij bij haar moeder kan verblijven en gebruik kan maken van de daklozenopvang waar zij ook haar postadres heeft. De verlenging loopt bovendien af op 1 mei 2025.
Gezien deze omstandigheden concludeerde de voorzieningenrechter dat het spoedeisend belang onvoldoende was aangetoond om een voorlopige voorziening te treffen. Daarom werd het verzoek afgewezen en blijft het gebiedsverbod van kracht. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de verlenging van het gebiedsverbod wordt afgewezen.