ECLI:NL:RBDHA:2025:8395

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
12 mei 2025
Publicatiedatum
14 mei 2025
Zaaknummer
NL25.19151
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaak Dublin Kroatië

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 24 april 2025 waarbij zijn asielaanvraag niet in behandeling werd genomen omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling volgens het Dublin-verdrag.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening zonder zitting afgewezen omdat het hoofdberoep ongegrond is verklaard in een gelijktijdige uitspraak. Hierdoor is een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 12 mei 2025 door de voorzieningenrechter M.L. Weerkamp en is definitief, tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het hoofdberoep ongegrond is verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.19151

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker], verzoeker,

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. L.J. Blijdorp),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 24 april 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling genomen op de grond dat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verzoeker heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.19150, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Het beroep is ongegrond verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 12 mei 2025 door mr. M.L. Weerkamp, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A.S.J.I. Hendrickx, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.