ECLI:NL:RBDHA:2025:8354
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in zaak verblijfsvergunning asiel
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie op 10 januari 2025 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Hiertegen is beroep ingesteld en tevens is een voorlopige voorziening gevraagd.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met het beroep op 26 februari 2025 behandeld, waarna het onderzoek op zitting is geschorst en op 1 mei 2025 is hervat en gesloten. Vervolgens heeft de rechtbank op 13 mei 2025 uitspraak gedaan in de bodemzaak (zaaknummer NL25.2529), waarbij het beroep ongegrond is verklaard en het bestreden besluit is gehandhaafd.
Gezien deze uitspraak is een voorlopige voorziening niet langer nodig en wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep ongegrond is verklaard en het bestreden besluit in stand blijft.