ECLI:NL:RBDHA:2025:8275
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid bedreigingen en schadevergoedingszaak uit Congo
Eiser, afkomstig uit de Democratische Republiek Congo, diende een asielaanvraag in op grond van bedreigingen die hij zou ondervinden vanwege een schadevergoedingszaak. Hij stelde dat hij en zijn familie bedreigd werden na het ontvangen van een deel van de schadevergoeding, en dat zijn vader en broer zelfs waren overleden door vergiftiging.
De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af omdat eiser de documenten ter onderbouwing niet kon overleggen en de bedreigingen als ongeloofwaardig werden beoordeeld. De rechtbank bevestigde dit oordeel na een zitting waarbij eiser en zijn gemachtigde aanwezig waren.
De rechtbank vond het onaannemelijk dat bedreigingen in 2018 zouden plaatsvinden terwijl de zaak sinds 2011 stillag, en dat het overlijden van familieleden verband hield met de schadevergoedingszaak. Ook de algemene situatie in de DRC bood onvoldoende grond voor asiel. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag bleef in stand.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de afwijzing van de asielaanvraag.