ECLI:NL:RBDHA:2025:8208
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen herziening WAO-uitkering wegens ontbreken toegenomen beperkingen
Eiser, sinds 1998 WAO-uitkeringsgerechtigde, vordert herziening van zijn uitkering wegens vermeende toegenomen arbeidsongeschiktheid na een herseninfarct in 2012 en recente rugklachten. Verweerder heeft herhaaldelijk geweigerd de uitkering te verhogen, stellende dat er geen sprake is van toegenomen beperkingen die leiden tot een hogere mate van arbeidsongeschiktheid.
Na eerdere procedures en vernietiging van een besluit door de rechtbank, is een verzekeringsarts belast met een nieuw onderzoek. Dit onderzoek concludeert dat de rugklachten en lichte scheefstand geen aanleiding geven tot toegenomen beperkingen ten opzichte van eerdere beoordelingen. Eiser betoogt dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat de bewijslast bij verweerder ligt, maar de rechtbank oordeelt dat het onderzoek zorgvuldig en voldoende gemotiveerd is.
De rechtbank volgt de verzekeringsarts en verweerder in hun standpunt dat er geen sprake is van toegenomen beperkingen die een hogere WAO-uitkering rechtvaardigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van herziening van de WAO-uitkering wordt gehandhaafd.