Eiser, van Nigeriaanse nationaliteit, diende een opvolgende asielaanvraag in die werd afgewezen door de minister als kennelijk ongegrond. Eiser vreesde vervolging wegens een verkrachting van een minderjarig meisje en bedreigingen door de broers van het slachtoffer, die leden zijn van een cult.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht heeft geoordeeld dat de verkrachting een commuun delict is en niet valt onder de gronden van het Vluchtelingenverdrag. Daarnaast heeft eiser onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de broers hem daadwerkelijk bedreigen, mede omdat hij hun namen niet kent terwijl zij uit dezelfde buurt komen.
De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt dat er geen reëel risico op ernstige schade bestaat bij terugkeer naar Nigeria. De afwijzing van de asielaanvraag blijft daarmee in stand en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.