ECLI:NL:RBDHA:2025:8113

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
1 mei 2025
Publicatiedatum
9 mei 2025
Zaaknummer
NL25.12230
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding wegens ingetrokken beroep verblijfsvergunning

Verzoeker diende een beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning voor kort verblijf. Tijdens de procedure nam de minister contact op en gaf aan dat de aanvraag in behandeling was en dat een beslissing spoedig zou volgen. Hierop trok verzoeker zijn beroepschrift in en verzocht om vergoeding van zijn proceskosten.

De minister weigerde de proceskosten te vergoeden omdat nog geen besluit was genomen en hij dus niet aan het beroep tegemoet was gekomen. De rechtbank overwoog dat vergoeding van proceskosten alleen mogelijk is indien het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan het beroep tegemoet is gekomen.

Aangezien de minister nog geen besluit had genomen, was er geen grondslag voor vergoeding van proceskosten. De rechtbank wees het verzoek daarom af. De uitspraak werd gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier N.B. Yalcinkaya op 1 mei 2025.

Uitkomst: Het verzoek om vergoeding van proceskosten wordt afgewezen omdat de minister nog geen besluit heeft genomen en niet aan het beroep is tegemoetgekomen.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.12230
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], V-nummer: [V-nummer] , eiser
(gemachtigde: mr. J.C.M. van Oort),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om vergoeding van zijn proceskosten.
Verzoeker heeft een beroep ingediend, omdat de minister niet op tijd heeft beslist op de aanvraag van verzoeker voor een verblijfsvergunning een visum voor kort verblijf (hierna: de aanvraag).
Bij bericht van 1 april 2025 heeft verzoeker de rechtbank erover geïnformeerd dat de minister contact met hem heeft opgenomen. Bij die gelegenheid heeft de minister meegedeeld dat de aanvraag in behandeling is en dat er op korte termijn een beslissing volgt. Tegen deze achtergrond heeft verzoeker zijn beroepschrift ingetrokken. Verzoeker heeft verzocht om de minister te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
Bij bericht van 18 april 2025 heeft de minister aangegeven geen aanleiding te zien om de proceskosten van verzoeker te vergoeden. De minister stelt zich op het standpunt dat hij nog geen besluit op de aanvraag heeft genomen en dat er zodoende geen sprake is van een situatie waarin hij tegemoetgekomen is aan het beroep van verzoeker.

Overwegingen

1. De rechtbank vindt het in deze zaak niet nodig om partijen uit te nodigen voor een zitting.1
2. Als een indiener het beroep intrekt, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk is tegemoetgekomen aan diens beroepschrift, dan kan de bestuursrechter het bestuursorgaan veroordelen in de proceskosten van de indiener.2
1. Artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2 Artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb, in samenhang met het Besluit Proceskosten bestuursrecht.
3. Gelet op de gedingstukken en het hiervoor weergegeven procesverloop, is de minister niet tegemoetgekomen aan het beroep van verzoeker. De minister heeft immers (nog) geen besluit op de aanvraag van verzoeker genomen. Van een situatie als bedoeld in artikel 8:75a, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht is dan ook geen sprake. Dat betekent dat er geen grondslag is om het verzoek tot vergoeding van proceskosten toe te wijzen. De rechtbank wijst dit verzoek daarom af.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van N.B. Yalcinkaya, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
01 mei 2025

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.