ECLI:NL:RBDHA:2025:8023
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaken wegens verantwoordelijkheid Duitsland
Verzoekers hebben beroep ingesteld tegen besluiten van 25 maart 2025 waarin hun asielaanvragen niet in behandeling zijn genomen omdat Duitsland daarvoor verantwoordelijk is. Zij verzochten tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overweegt dat de hoofdzaak reeds is behandeld en uitspraak is gedaan, waardoor een voorlopige voorziening niet langer nodig is. Daarom worden de verzoeken om voorlopige voorziening afgewezen als kennelijk ongegrond.
Wel wordt de minister veroordeeld tot betaling van de proceskosten van verzoekers, vastgesteld op €907, omdat sprake is van samenhangende zaken volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht. De uitspraak is gedaan op 8 mei 2025 en staat niet open voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Verzoeken om voorlopige voorziening worden afgewezen; minister veroordeeld tot betaling van €907 proceskosten.