ECLI:NL:RBDHA:2025:8020
Rechtbank Den Haag
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen voortduren maatregel van bewaring in vreemdelingenrecht afgewezen
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, is sinds 24 oktober 2024 onderworpen aan een maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze bewaring en verzocht om schadevergoeding.
De rechtbank heeft het beroep op 2 mei 2025 behandeld via telehoren waarbij eiser in het detentiecentrum in Rotterdam aanwezig was en zijn gemachtigde op de rechtbank in Groningen. De minister werd vertegenwoordigd door haar gemachtigde. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten en direct mondeling uitspraak gedaan.
De rechtbank overweegt dat sinds het vorige onderzoek op 28 maart 2025 voldoende voortvarend is gewerkt aan de uitzetting van eiser. Er is gerappelleerd, vertrekgesprekken zijn gevoerd, eiser is geïdentificeerd door het Marokkaanse consulaat, een laissez-passer toegezegd en een vlucht gepland op 9 mei 2025.
Gezien deze feiten ziet de rechtbank geen reden om het voortduren van de maatregel van bewaring onrechtmatig te achten. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.