Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker
Procesverloop
Oordeel van de voorzieningenrechter
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd om de rechtsgevolgen van een afwijzende beschikking op een aanvraag om tijdelijke bescherming op te schorten. Deze beschikking was genomen door de minister van Asiel en Migratie op 29 augustus 2024, waarbij het bezwaar van verzoeker kennelijk ongegrond werd verklaard.
Tegelijkertijd is tegen het bestreden besluit beroep ingesteld, maar bij uitspraak op dezelfde dag is dit beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Hierdoor is er geen bezwaar of beroep meer aanhangig waarop het verzoek om voorlopige voorziening kan worden gebaseerd.
De voorzieningenrechter oordeelt dat op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht een verzoek om voorlopige voorziening alleen mogelijk is indien er een bezwaar of beroep aanhangig is. Omdat dit niet het geval is, wordt het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.
Verzoeker krijgt geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter K.M. de Jager en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een aanhangig bezwaar of beroep.