ECLI:NL:RBDHA:2025:7958
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen verlenging overdrachtstermijn Dublinverordening wegens onderduiken
De zaak betreft een verzoeker die bezwaar maakt tegen een besluit van de minister van Asiel en Migratie, waarbij de overdrachtstermijn is verlengd op grond van artikel 29, tweede lid, van de Dublinverordening vanwege onderduiken. De verzoeker heeft beroep ingesteld tegen dit besluit en tegelijkertijd een voorlopige voorziening gevraagd.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met het hoofdberoep behandeld op 7 april 2025. Naar aanleiding van de uitspraak op het hoofdberoep (zaaknummer NL25.7941) is de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk.
De voorzieningenrechter heeft daarom het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening tegen verlenging overdrachtstermijn wordt afgewezen.