ECLI:NL:RBDHA:2025:7956
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van beroep tegen locatieverbod COA
Eiser heeft beroep ingesteld tegen een locatieverbod dat hem door het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) is opgelegd, waarmee hij het terrein van de COA-locatie Luttelgeest niet meer mocht betreden vanaf 27 oktober 2024. Het locatieverbod is gebaseerd op artikel 138, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht en zou gelden tot 10 november 2024.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de brief van het COA waarin het locatieverbod werd medegedeeld, weliswaar een besluit in de zin van artikel 1:3 Awb Pro leek te zijn, maar in werkelijkheid geen publiekrechtelijke rechtshandeling is. De opvang en verstrekking van voorzieningen zijn niet beëindigd maar voortgezet op een andere locatie, waardoor het locatieverbod niet gericht is op een rechtsgevolg.
De rechtbank oordeelt dat het locatieverbod een feitelijke mededeling betreft en dat er geen rechtsmiddel openstaat tegen deze maatregel. Omdat het geen besluit in de zin van de Awb is, verklaart de rechtbank zich onbevoegd om kennis te nemen van het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening. Er is geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het locatieverbod.