Verzoeker, een 84-jarige rechtszijdig verlamde man die afhankelijk is van een rollator en rolstoel, heeft een urgentieverklaring gekregen voor het vinden van een passende woning. Deze verklaring was geldig van 22 juli 2024 tot 22 oktober 2024 en werd verlengd door verweerder in de vorm van een eenmalig bemiddelingsaanbod. Verzoeker wilde echter dat zijn oorspronkelijke urgentieverklaring met drie maanden werd verlengd, zodat hij zelf woningen kon zoeken die aan zijn wensen voldeden.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er geen spoedeisend belang is, aangezien verzoeker momenteel een woning heeft, ook al is deze niet ideaal. Het eenmalige bemiddelingsaanbod biedt een mogelijkheid om een geschikte woning binnen Delft te verkrijgen die voldoet aan de Wmo-eisen. Verzoekers wens om zelf te zoeken wordt niet als een spoedeisend belang beschouwd.
De rechtbank stelt dat de verlenging van de urgentieverklaring conform de beleidsregels is verlopen en dat persoonlijke woonwensen, zoals nabijheid van kinderen en het vermijden van onbekende buurten, geen noodzakelijke wooneisen zijn. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.