ECLI:NL:RBDHA:2025:7871

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
7 mei 2025
Publicatiedatum
7 mei 2025
Zaaknummer
NL25.6917
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek proceskostenvergoeding na niet tijdig beslissen asielaanvraag

Verzoeker had beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. Nadat het beroep was ingediend, heeft de minister alsnog een besluit genomen. Hierop heeft verzoeker het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de proceskosten.

De rechtbank stelt vast dat de minister met het genomen besluit aan verzoeker is tegemoetgekomen. Daarom dient de minister de proceskosten van verzoeker te vergoeden. De minister heeft aangegeven bereid te zijn een bedrag van €453,50 te vergoeden.

De rechtbank wijst het verzoek toe en veroordeelt de minister tot betaling van de proceskosten van verzoeker ad €453,50. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot betaling van €453,50 aan proceskosten aan verzoeker.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.6917

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , V-nummer: [nummer] , verzoeker

(gemachtigde: mr. R. Roelofsen),
en

de Minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om de minister te veroordelen in de vergoeding van de proceskosten.
1.1.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. Vervolgens heeft de minister alsnog een besluit genomen. Verzoeker heeft daarop het beroep ingetrokken en daarbij gevraagd om de minister te veroordelen in de vergoeding van de proceskosten. [2]
3. De rechtbank stelt vast dat de minister na het indienen van het beroep tegen het niet tijdig beslissen alsnog een besluit heeft genomen. Daarmee is de minister aan verzoeker tegemoetgekomen. De minister dient daarom de proceskosten van verzoeker te betalen.
4. De minister heeft laten weten de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van
€ 453,50 te willen vergoeden.

Conclusie en gevolgen

5. Het verzoek wordt toegewezen. De minister moet de door eiser gemaakte proceskosten vergoeden. Deze kosten stelt de rechtbank vast op € 453,50. [3]

Beslissing

De rechtbank veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van
€ 453,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van J. Yedema, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Artikel 8:75 en Pro 8:75a van de Awb, nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
3.Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door de gemachtigde verleende rechtsbijstand, waarbij 1 punt is gerekend voor het indienen van het beroepsschrift met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor van 0,5.